10 Mei 2006 - Borobodur & Yogyakarta
Het is 4.15 uur in de ochtend en met een schok word ik wakker.
Wat een herrie buiten! Onmiddellijk dringt tot me door dat ik de oproep tot gebed hoor. In tegenstelling tot Jordanië, waar de oproep slechts enkele minuten duurt, gaat het indringende gezang hier ruim een kwartier door. En ja, dan ben je dus klaarwakker. Daarom zitten we om half 6 ’s ochtends al aan het ontbijt.
Hierna vertrekken we naar de beroemde Borobodur.
De Borobodur is het grootste boeddhistische monument ter wereld en is gebouwd in de 8e en 9 eeuw. Het is een gigantisch gebouw wat lijkt op een platte piramide.
Hij is 123 meter breed , ruim 30 meter hoog en bestaat uit 9 verdiepingen.
We kopen een kaartje en moeten langs een bewakingspost om het terrein op te komen. Steekproefsgewijs worden hier mensen gefouilleerd en tassen gecontroleerd.
In 1985 hebben Islamitische moslims 9 stoepa’s laten ontploffen (toen Unesco net klaar was met de renovatie werkzaamheden aan het complex) en sindsdien wordt de Borobodur 24 uur per dag bewaakt. |
|
Zodra we het terrein oplopen worden we besprongen door souvenirverkopers en bedelaars. Ze zijn heel erg opdringerig en laten ons pas met rust als we de trappen van het gebouw beklimmen. Behoorlijk vervelend maar we hebben wel begrip voor deze mensen. Net als op Bali zijn ook hier bijna geen toeristen. Onze gids vertelt ons dat normaal gesproken 50.000 mensen dit wereldwonder per dag bezoeken, wij zien er vandaag hooguit 50! Redenen hiervoor zijn de continue dreiging van terrorisme maar ook de dreiging van de Merapi vulkaan die hier nog geen
30 kilometer vandaan ligt en op het punt van uitbarsten staat.
De Borobodur is echt prachtig. In alle rust bewonderen we de honderden reliëfs die het leven van Boeddha uitbeelden. Op de bovenste verdieping staat een gigantische stoepa omringd door kleinere stoepa’s en Boeddha beelden. In de kleine stoepa’s zitten ook weer Boeddha beelden verborgen. 
Als we alles bekeken hebben lopen we weer naar beneden en we hebben nog geen 2 stappen gezet of we worden alweer omringd door verkopers en bedelaars:
“You remember me? It’s me Oscar, I have beautiful cards for you
It is me number 14, you see, on my hat, number 14
Look look Cheap Cheap
How much for you? You can bargain…
Special price for you
Please, please, give me money…
We kunnen het niet over ons hart verdragen om te vertrekken zonder wat souvenirs gekocht te hebben….
Dan gaan we weer terug naar Yogyakarta en hier bezoeken we het paleis van de Sultan. Dit paleis is in 1756 gebouwd en hier woont de enige nog regerende sultan van heel Indonesie. Hij is een belangrijk man en heeft veel aanzien bij zowel de regering als het volk
Je mag het paleis alleen bezoeken onder begeleiding van een gids van het paleis die de taal van de bezoeker spreekt. Wij krijgen een oude dame als begeleidster en inderdaad, ze spreekt gebrekkig Nederlands. Iedere zin begint ze met “Geachte Mevrouw, Mijnheer” en dat werkt behoorlijk op onze lachspieren, al hebben we dat aan haar maar niet laten blijken.

|
Het paleis zelf stelt niet veel voor, er is een draagstoelenmuseum en een museum dat helemaal gewijd is aan de 9e sultan, die in 1988 is overleden en de vader was van de huidige sultan. Blijkbaar was hij zeer geliefd want overal hangen foto’s uit alle fases van zijn leven en verder worden er allerlei bezittingen van hem getoond. Het kan ons niet boeien en de rondleiding is een ware kwelling. Onze gids raakt niet uitgepraat en wij vinden het wel heel onbeleefd om haar telkens te onderbreken dus we doen alsof we aandachtig luisteren. We zijn dan ook erg blij als we weer buiten het paleis staan.
Yogyakarta is ook de stad van de Batik dus we ontkomen niet aan een bezoekje aan een Batik fabriek. Het is best wel interessant om te zien hoe dat hier allemaal met de hand wordt gemaakt.
Plotseling valt ons oog op een meneer die ijverig aan het werk is en er uitziet alsof hij al 100 jaar is. Bij navraag horen we dat hij inmiddels 82 is en al 46 jaar in deze Batik fabriek werkt.
|
Omdat de fabriek geen pensioen kent zal hij hier waarschijnlijk tot aan zijn dood moeten blijven werken. …
|